364 - VOETBAL - Beslissing KBVB Nationale Kamer in de strijd tegen discriminatie en racisme - volheid van rechtsmacht - vrijheid bewijs - getuigen.
Ondanks dat de scheidsrechter de feiten niet zelf heeft gehoord/gezien kan ook rekening gehouden worden met andere bewijselementen.
Het is essentieel dat elke supporter en deelnemer aan het voetbal het gevoel heeft welkom te zijn op en rond de wedstrijden. De context van een (voetbal)wedstrijd en de daarmee gepaard gaande emoties kunnen in geen enkel geval kwetsende en/of discriminerende beledigingen rechtvaardigen. Hoewel het BAS de grote en terechte bekommernis van de NKDR deelt om racistische uitlatingen en gedragingen volledig te bannen, en zou die toch voorvallen deze kordaat te bestraffen, volgt het arbitragecollege in deze zaak evenwel niet het standpunt van de NKDR die vaststelde dat er voldoende elementen in het dossier waren om de feiten als bewezen te aanzien. Het arbitragecollege stelde vast dat er tegenstrijdige verklaringen waren van spelers en getuigen van de verschillende clubs en oordeelde dat de feiten onvoldoende bewezen zijn.